Hoe beginnen?

Kan ik mijn bijen ombouwen naar Carnica?

Het invoeren van een Carnica-koningin in een flink ‘Hollandse-bijenvolk’ gaat niet lukken, de koningin zal worden afgestoken. Wat wel kan is invoeren van een rijpe Carnica-koninginnendop in een kern-(=klein)volkje van ‘Hollandse bijen’ (bijvoorbeeld bij deelname aan een doppenproject). Wat ook kan is invoeren van een gekochte jonge moer (bijvoorbeeld van ‘Schier‘) in een kleine aflegger van een carnicavolk van een collega-imker. Ken je er geen, neem dan contact op met de VCI.

Hoe kom ik aan koninginnen?

P- en F1-moeren zijn te koop bij diverse teeltstations – zoals ‘Schiermonnikoog‘ (helaas in 2020 onmogelijk i.v.m. de Coronamaatregelen) en bij individuele telers. Jaarlijks staat het aanbod van onze mentoren op de site. Door mee te doen aan een doppenproject, waarbij tegen een geringe vergoeding aangebroede raszuivere koninginnendoppen worden verstrekt, is het eenvoudig om je eigen Carnicakoninginnen te telen. (Bij standbevruchting worden dat F1-koninginnen,  bij bevruchting op een  station of via KI spreekt men van P-moertjes).

Prijzen

Richtprijzen zijn per 2020: P-moeren €45 (Beebreed €55); voor standbevruchte moeren (F1’s) €15.

Carnica hebben – Carnica houden?

Carnica’s en de ‘Hollandse bij’ op dezelfde bijenstal verdragen elkaar niet goed, wat voor de Carnica vaak slechte gevolgen heeft. Roverij in een drachtloze periode bijvoorbeeld. Of verbastering in volgende generaties, met achteruitgang van de zachtaardigheid. Je kunt natuurlijk een nieuwe raszuivere koningin kopen; je moet haar dan wel veilig invoeren. Maar ook de imker zelf kan via zijn manier van natelen de raszuiverheid op peil houden. De volgende generatie wordt dan niet steeds geteeld als bijproduct van ‘Aalsteren’, maar bijvoorbeeld met raszuivere larfjes, afkomstig van een andere Carnicaimker. De VCI kan ook daarbij helpen.

Vragen of opmerkingen? Neem even contact met ons op.