Koninginnenteelt praktisch

De teelt kent drie stappen:
1. jonge werksterlarfjes te pakken krijgen,
2. zorgen dat die larfjes koninginnendopjes worden, en
3. deze dopjes zó goed laten verzorgen dat er na ongeveer 11 dagen mooie koninginnen uit komen.
In telerstaal: overlarven, starten en tenslotte opkweken in een zogeheten pleegvolk. Zijn de moerdoppen eenmaal gesloten, dan verhuizen telers die ook wel naar een broedstoof.

NB Voor geslaagde koninginnenteelt is een goed begrip van de biologische processen voorwaarde.
Hetzelfde geldt voor het vervolg: de bevruchting en het succesvol invoeren in een moerloos volk.

Maar hoe doe je dat in het echt?
Om daar achter te komen, kijk je de kunst af bij een ander. Of je volgt om te beginnen een cursus Koninginnenteelt.
Maar er is ook het een en ander over geschreven:

» Koninginnenteelt – F.-K. Tiesler en E. Englert, vertaald en bewerkt door Tieme Wanders [ o.a. te koop bij Het Bijenhuis in Wageningen , ook via de webshop].

» Koninginnenteelt afl. 1-4, Tieme Wanders en Bart Barten, Bijenhouden 2014, nrs. 2,3,4 en 5.
(1) Waarom zou je koninginnen gaan telen?
(2) Van larfje tot beginnende dop
(3) Rond de geboorte van de koninginnen
(4) Van bruidsvlucht tot aanvaarde koningin

»  Het invoeren van moeren, Hayo H.W.Velthuis, Bijenhouden april 2008.

[en nog een aantal presentaties]